Skip to content
Advertenties

Vlinders zijn vrij (19) – ANGST

Description: dutch coverVlinders zijn vrij is een boek geschreven door Stephen Davis. Hij verwoord in dit boek zijn kijk op onze werkelijkheid. Een kijk die voor een groot gedeelte aansluit bij mijn eigen kijk op de werkelijkheid, de virtuele holografische realiteit. Omdat Stephen het op een zeer unieke wijze beschrijft wil ik jullie dit niet onthouden.         De komende tijd zal ik het complete boek op mijn blog publiceren.               Stephen heeft zijn boek vrijgegeven voor publicatie.   Voor de totale inhoudsopgave kijk op: Vlinder zijn vrij

ANGST

Nog in het filmtheater, was ik er trots op vrijwel nergens bang voor te zijn. Pratende poppen in horrorfilms echter waren een uitzondering. Op een of andere manier was ik daar spookbenauwd voor, die plastic poppen die hun hoofd konden omdraaien, hun mond openen en konden praten. Ik was er als de dood voor.

Eenmaal in mijn cocon moest ik mezelf dat bekennen, dat het zo was en zo was geweest, angst voor veel dingen. Dat hebben we allemaal. In feite is angst niet alleen de eerste emotie die we als baby voelen, maar de basis voor de oordelen die we in de eerste helft van het filmtheater opdoen.

Volgens de Bijbel was angst ook de eerste reactie van Adam en Eva, nadat ze van de appel hadden gegeten van de Boom van Kennis van Goed en Kwaad.

Maar God, de HEER, riep de mens: ‘Waar ben je?’ 10 Hij antwoordde: ‘Ik hoorde u in de tuin en werd bang omdat ik naakt ben; daarom verborg ik me.1

Als ik alles waar ik angst voor had zou opschrijven, dan zou dat een boek op zichzelf worden. Maar er zijn een paar angsten die ik nader wil bespreken en die mogelijk te herkennen zijn.

Er zijn angsten die algemeen zijn en waar iedereen mee te maken heeft. ‘Ik voel angst als ik ’s nachts door een park moet lopen.’ Dat lijkt me geen schande en zelfs verstandig, toch? Nou, toch eigenlijk niet…

Andere zijn subtieler en doordringender; en er zijn er die onbesproken blijven, maar iedereen heeft. Zo zijn er bijvoorbeeld maar weinigen die er voor uit durven komen angst voor het leven zelf te hebben en de wereld een gevaarlijke plaats vinden om te leven. Helaas is dat bij de meerderheid zo; ze leren het hun kinderen.

Probeer je eens in te denken wat mensen zoals doen om zich tegen het daarbuiten te beschermen, zowel fysiek als mentaal en emotioneel.

Inbraakbeveiliging bijvoorbeeld is een miljarden business.2 Ik heb het altijd vreemd gevonden dat kleine stukjes metaal – een deurslot – kan beschermen tegen iemand die daadwerkelijk bij je wil inbreken; alsof een professionele inbreker zich zou laten stoppen door een slot en denkt, ‘O jee, een slot, ik kan hier niet inbreken vannacht.’

Een slot negeert bovendien het feit, dat als je Oneindige Ik wil dat er bij je ingebroken wordt – als het die ervaring voor je in petto heeft – dan wórdt er bij je ingebroken, ondanks die stukjes metaal. Hetzelfde geldt voor het omringen van huis, auto of geliefden met wit licht, wat ook gebaseerd is op angst. En áls er bij je ingebroken wordt, is dat misschien de hulp aan jou van je Oneindige Ik, om bindingen los te laten die je verhinderen vlinder te worden.

Trouwens, het zijn niet de sloten die een inbreker bij je huis weg houden, het is jouw Oneindige Ik die afziet van een inbraakervaring voor jou. Het maakt niet uit hoe graag een inbreker bij je naar binnen wil, of hoeveel technologische middelen hij heeft om een beveiliging te kraken; als jouw Oneindige Ik het niet wil, komt hij er niet in. Hij komt dan niet eens door een niet afgesloten deur.

Je zult dit gaan begrijpen als je vanuit voldoende vertrouwen in jouw Oneindige Ik niets meer afsluit – geen huis, auto, brievenbus en wat dan ook. Als je eenmaal deze simpele angsten achter je hebt gelaten, is het ook van belang je dagelijks anders te gaan gedragen, meer in overeenstemming met je nieuwe houding van loslaten van oude gewoonten en angsten.

Wetgeving op veiligheidsgordels, motorhelmen, kinderenzitjes; het is allemaal gebaseerd op angst en pogingen deze wettelijk te weerstaan. Als kind zat ik altijd op de voorbank, zonder bescherming, zoals alle kinderen toen van mijn leeftijd. Het is verbazend hoe mijn generatie de twintig heeft gehaald! Als ik tijdens die twee verkeersongelukken van mij – een met zestien jaar en de andere met zevenenvijftig jaar – veiligheidsgordels had gedragen, dan zou ik het in beide gevallen niet hebben overleefd. Ik kon me namelijk bewegen in de auto die over de kop ging en waarbij het dak tot op het chassis werd ingedrukt.

Het zal een uitzondering zijn geweest, althans zo keek iedereen er tegenaan. Maar als volgens jouw Oneindige Ik jouw tijd als Speler voorbij is, zal geen veiligheidsgordel je kunnen helpen of beschermen.

Ik zeg niet dat het dragen van een autogordel verkeerd is; ik zie alleen in dat die op angst is gebaseerd – uit angst voor een boze wereld of uit angst voor een agent met een bon – en vergoelijk het niet door het logisch ofnodig te vinden.

Dan is er de mentale en emotionele bescherming tegen angst. Zoals geen verplichtingen aangaan, want je zou er eens spijt van kunnen krijgen. Of jezelf niet kwetsbaar opstellen, want het zou je kunnen schaden. Hou wat geld in achter de hand voor als er iets gebeurd.

Ik zou zo door kunnen gaan, maar zal dat niet doen. Je weet nu waar je angst voor kunt hebben; tijdens je transformatie in je cocon zul je meer onbekende angsten ontdekken.

Maar er zijn twee specifieke angsten die ik toch wil behandelen. Van de ene ben je vermoedelijk op de hoogte; angst voor de dood. De ander zul je mogelijk niet herkennen; angst voor het niet-zijn.

Er was ooit een populair gezegde: ‘Vandaag is de eerste dag van de rest van je leven.’ Ik vermoedt dat het de bedoeling was mensen ervan te overtuigen dat elke dag een nieuwe start, een nieuw begin was, die hun bevrijdde van hun verleden.

Geen slecht idee en het zou sommigen kunnen helpen, helemaal als het zorgt voor het achterlaten van oordelen. Maar hoewel die uitspraak oppervlakkig gezien waar lijkt, weten we beide dat het zo niet in elkaar zit.

Toen kwam: ‘Leef of vandaag je laatste dag is,’ of zoals Mahatma Gandi gezegd zou hebben: ‘Leef alsof je morgen zult sterven.’

Ook niet slecht; beter zelfs. Als vandaag je laatste dag zou zijn, zou je waarschijnlijk al het zouden en moetenaan de kant gooien en je gaan wijden aan dat, wat je enthousiast maakt en vreugde geeft. In feite kunnen we ieder moment zo leven, ongeacht ons idee over wanneer we zullen sterven.

Er is een gezegde van Amerikaanse indianen: ‘Vandaag is een goede dag om te sterven.’ Zou je dat op dit moment tegen jezelf kunnen zeggen? Als je vandaag zou sterven, zou je dan nog ergens spijt van hebben, verdriet of wroeging? Zou je op dit moment de dood met open armen tegemoet kunnen treden? Je zult merken dat dit je houding wordt als je wat verder komt in je cocon, en je alle angsten die je met je mee draagt achter je hebt gelaten.

Maar nu begin ik op een new age filosoof te lijken die vindt dat we geen angst voor de dood moeten hebben; en dat is niet de bedoeling. Ik probeer te zeggen dat we geen weerstand tegen de dood moeten hebben, maar deze recht in de ogen moeten kijken, hem te omarmen, hem dagelijks in ons om te laten gaan en tot een compagnon te maken. Ik wil aangeven dat we de dood niet als slecht of verkeerd moeten zien en het leven als goed, om niet in dualiteit te leven als het op leven en dood aankomt.

Het is gebleken dat grotere geesten dan de mijne deze gedachten hebben weergegeven. Wolfgang Amadeus Mozart bijvoorbeeld:

Als de dood, als we die nader bekijken, het ware doel van ons bestaan is, dan heb ik de laatste paar jaar een nauwe band met deze trouwe vriend van de mensheid gekregen; dan is zijn aangezicht voor mij niet langer afschrikwekkend, maar werkelijk zeer rustgevend en troostend! En ik dank God voor zijn genadig geschonken gelegenheid te mogen leren, dat de dood de sleutel is die de deur naar het ware geluk zal openen.3

…en Michel de Montaigne:

De dood heeft ons ieder moment bij het nekvel… Laten we tegenover de gebruikelijke eens een tegenovergestelde houding aannemen, om hem van zijn grootste voorsprong op ons te ontdoen; laten we de dood ontdoen van zijn vreemdheid, laten we naar hem toegaan, laten we aan hem wennen; laten we aan niets anders denken dan aan de dood. We weten waar de dood ons wacht: laten we dus overál op hem wachten. Het beoefenen van de dood is het beoefenen van vrijheid. Een man die heeft geleerd te sterven, heeft afgeleerd slaaf te zijn.4

…en Sogyal Rinpoche:

Misschien is de diepste reden waarom we angst hebben voor de dood die, waarbij we niet weten wie we zijn. We geloven in een persoonlijke, unieke en aparte identiteit – maar als we het aandurven die te onderzoeken, dan vinden we dat deze identiteit volledig afhankelijk is van een eindeloze collectie zaken die deze opkloppen: onze naam, onze biografie, onze partner, familie, thuis, baan, vrienden, creditcards… We vertrouwen op hun kwetsbare en tijdelijke steun. Als dat eens allemaal weggenomen zou worden, weten we dan nog wie we zijn? Zonder familiebanden zijn we op onszelf aangewezen, iemand die we niet kennen, een belastende vreemde waar we de hele tijd mee moeten leven maar niet echt hebben leren kennen. Proberen we daarom ieder moment in te vullen met lawaai of activiteit, desnoods saai en triviaal, zodat we nooit in stilte alleen met deze vreemde hoeven te zijn?… Door je voor te bereiden op de dood realiseer je al gauw dat je jouw leven gaat bezien – het nu – en daarmee de waarheid over jezelf. De dood is als een spiegel, waarin de werkelijke waarheid van je leven wordt gereflecteerd.5

…en de Dalai Lama:

De grondslag van het gehele pad is de gewaarwording van de dood. Totdat je deze gewaarwording hebt ontwikkeld, worden alle andere oefeningen belemmerd.

…en Socrates:

Bang zijn voor de dood vrienden, is niets anders dan te denken dat we ver­standig zijn zonder dat we het zijn, want het is denken iets te weten terwijl je niet weet. Van alles wat de mens bekend is, is de dood mogelijk het beste wat hem kan overkomen: maar men heeft er angst voor, alsof men weet dat deze het grootste kwaad is. Wat is dit voor beschamen­de domheid, te denken iets te weten wat je niet weet?

Ook Jed McKenna heeft iets over de dood te zeggen:

We hebben de dood uit het leven gehaald, waardoor we onbewust leven. Natuurlijk is de dood nooit vertrokken, we hebben ons er alleen van afgekeerd en doen alsof die er niet is. Als we wakker willen worden – en dat is een erg grote áls – dan dient de dood weer in ons leven welkom te zijn. De dood is onze persoonlijke Zen meester, onze krachtbron, onze weg naar luciditeit; we moeten stoppen er in blinde paniek voor weg te lopen. We hoeven alleen maar te stoppen en ons om te draaien, en daar is hij dan, vlakbij, ons aanstarend met een glazige blik, de vinger op ons gericht, iedere seconde van ons leven…

Nu leef ik met een voortdurend doodsbesef, mijn droomstaat waar eens angst en doodsontkenning waren is ermee overgoten. De dood is het diamanten hart van mijn droomstaat. Het geeft waarde aan alles wat ik zie… De dood geeft het leven waarde. Doodsbesef is levensbesef. Doodsontkenning is levensontkenning. Ik heb mijn dood lief. Die heeft mijn leven mogelijk gemaakt. Er zou zonder geen ontwaken zijn. Hij laat me de waarde van dingen zien. Zo weet ik wat schoonheid is. Daarom ben dankbaar in plaats van angstig. Zo onderscheidt ik het kind(mens) van de volwassene(mens), slaap van waken. Zo kan ik zien of de dood vóór of achter iemand loopt… Dit is niet de dood als abstractie, het is de dood in de meest persoonlijke en intieme zin; jouw dood. De dood geeft betekenis aan de droom; de droomstaat schaduw van het niet-zelf. De dood is de boeman. Je kunt hem niet doden, je ervoor verbergen of weglopen, je kunt je alleen naar hem toekeren of van hem afkeren. Als je naar hem toekeert, wees dan vriendelijk, omarm hem, niet oppervlakkig maar als jouw waarheidsessentie; dan is de dood de demon waarmee je iedere strijd aangaat.6

Mooi gezegd!

Maar begrijp me alsjeblieft niet verkeerd. Als tijdens het scubaduiken mijn luchttoevoer het begeeft, zal ik niet stil blijven zitten en rustig de dood laten komen. Het is natuurlijk afhankelijk van de omstandigheden, maar ik zou waarschijnlijk proberen naar de oppervlakte te komen, proberen te overleven, om hoe dan ook lucht te krijgen – niet uit doodsangst, maar boven alles uit instinkt. Ik zou bij het opstijgen naar lucht evengoed genieten van dat wat ik het liefste doe – duiken in de oceaan tussen vissen, walvissen en dolfijnen.

Ooit heb ik zo’n ervaring gehad. Ik verloor op de snelweg met 120 km per uur en cruisecontrol de macht over het stuur, waarbij ik kantelde en over de kop ging. Mijn eerste gedachte was: ‘ga ik op deze manier dood?’ Ik herinner me dat dit zonder emotie, verzet of paniek gepaard ging; en het antwoord kwam onmiddellijk, Nee. Daarop bleef ik volkomen rustig, geen verzet, niet proberend het rollen te stoppen of me ertegen te beschermen. Alleen maar meegaan met de stroom van de gebeurtenis, mijn lijf mee laten bewegen als de auto dat aangaf. Deze fysieke overgave was zonder twijfel mijn geluk, anders was ik bij de eerste tuimeling al door het naar binnen komende autodak omgekomen.

Zou ik anders hebben gereageerd als het terugkomende antwoord: ‘Ja, zo ziet jouw dood eruit’ was geweest? Ik betwijfel het. Wat voor zin zou verzet dan hebben gehad?

Oordelen, geloof, meningen en angst voor de dood. Ik liep tegen een mooi voorbeeld op dat al deze dingen in zich verenigd…

We beginnen met doodsangst, dus met alles wat de dood kan veroorzaken. Huidkanker doet dat en we hebben er daarom angst voor. Er wordt gezegd en let op het oordeel, dat blootstelling aan de zon slecht voor je is want het kan huidkanker veroorzaken. We geloven dat we ons tegen de schadelijke straling van de zon moeten beschermen en zijn dus van mening dat we nooit zonder zonnebrand de zon in moeten gaan, anders krijgen we huidkanker en gaan we dood.

Laten we eens naar de waarheid kijken. Tot 1950 kwam huidkanker zelden voor, dezelfde tijd dat Coppertone met zijn gepatenteerde zonnebrand op de markt kwam en de beroemde Coppertone-Girl creëerde. Nogmaals, het was na 1950 dat er zich gevallen van huidkanker gingen voordoen7, wat (toevallig?) samenviel met Coppertone’s marketing van sunscreen8. Toen tussen 1950 en 2010 steeds meer mensen sunscreen gingen gebruiken, werd huidkanker de meest voorkomende soort kanker in de U.S.9 met elk jaar steeds meer gevallen, dan bij andere gecombineerde kankersoorten zoals borst, prostaat, longen en darmkanker10. Dit terwijl er sinds 1970 een toename in de verkoop van sunscreen producten was van 3000%. 11

Dat werpt een vraag op: ‘Beschermt sunscreen tegen huidkanker of veroorzaakt het die juist?’ Is het niet vreemd dat des te meer mensen sunscreen gebruiken om zich tegen huidkanker te beschermen, er des te meer huidkanker voorkomt?

We verzetten ons tegen de dood, verzetten ons tegen de zon, verzetten ons tegen huidkanker; en we deden het massaal. Het gevolg van dit verzet zijn de maatregelen die dat wat we vrezen, moeten helpen voorkomen. En dat resulteert, uiteraard, in meer huidkanker en meer doden; we zijn terug bij: ‘Wat je blijft weerstaan, blijft bestaan.’

Zo werkt het in het filmtheater en is een voorbeeld van wat je in je cocon tegenkomt; werk dit eens met terugwerkende kracht uit. Ga er eens in graven om het onderliggende geloof en de meningen bloot te leggen en probeer de oordelen te vinden die tot dat geloof geleid hebben; stop niet voordat je de angst gevonden hebt waarmee het allemaal begon. Dat is spirituele autolyse, het jezelf vragen: ‘Is die angst waar?’

Vermoedelijk weet je al waarom je zelf niet zonder zonnebrand de zon ingaat. Dat zal zijn om je tegen de schadelijke straling van de zon te beschermen. Van daaruit zou je het oordeel kunnen vinden, dat blootstelling aan de zon schadelijk is en huidkanker kan veroorzaken. Vanaf daar is het nog maar een kleine stap, van angst voor huidkanker naar die voor de dood.

Alle emoties zijn bindingen, en de energiebron van bindingen is angst.12

Op dit punt wil ik herhalen, dat de keus altijd bij jezelf ligt. Je besluit zelf of je die angsten fijn vindt, dat zegoed zijn en gerechtvaardigd en dat er geen reden is ze van de hand te doen. Ik wil je nergens van overtuigen. Mijn taak als scout bestaat slechts uit wijzen op die keuze, om door te gaan met in angst te leven, of om vrij te zijn als een vlinder.

Hoe je met doodsangst omgaat? Door de dood tot vriend te maken, je levenspartner en dagelijkse metgezel. Heet hem welkom, omarm en waardeer hem. Heb er begrip voor, zie ernaar uit, en stop boven alles met hem te beoordelen en te weerstaan…

Het contempleren op de dood, op onze houding daarover, is een krachtige en waarachtige meditatie. Doodsgewaarwording is ware zazen, een universele spirituele oefening, de enige die je ooit nodig hebt en iedereen zou moeten doen, en ja, doe daarom het nodige om deze levensgewaarwording in je leven te brengen. Maak van het denken aan de dood een gewoonte iedere keer als je op een klok kijkt, iedere keer als je eet, iedere keer als je naar de badkamer gaat. Maak iedere dag een wandeling, alleen, en bedenk wat het is te leven, adem te halen. Zie het niet als een oefening, niet als iets waar je in moet geloven als een bevestiging. Het is iets dat echt is en centraal staat bij iedere gedachte of handeling. Als je zou weten dat je morgen zou sterven, wat zou je vandaag dan doen? En waarom doe ja dat potdomme dan niet?13

In de basis gaat dit over loslaten, van de bindingen aan het leven zelf, over het afpellen van egolagen die je identiteit bepalen en je gedrag dicteren en gebaseerd zijn op angst voor de dood. Een grote stap om te nemen.

Maar niet de grootste.

In het proces waarbij je de dood met overtuiging zal gaan omarmen, zul je ontdekken dat er nog een grotere angst is, een basale angst, verborgen en krachtig, waar de angst voor de dood uit voortkomt en groeit. Het is de angst voor niet-zijn. Net als bij een ijsberg, steekt de angst voor de dood boven het water uit, maar de angst voor het niet-zijn zit als het grootste deel onder water, waar je het niet kunt zien. En net als de Titanic zul je die ijsberg raken, gegarandeerd. En hoe je om zult gaan met die aanvaring, met die angst voor niet-zijn, zal van je transformatie tot vlinder afhangen.

Laten we daarom eens naar deze angst voor niet-zijn kijken.

Zoals we besproken hebben geeft een Oneindige Ik aan een nieuw gecreëerde Speler de vrije wil. Misschien hoefde niet eens en is het ook niet opgelegd door De Chef, maar zo werkt het Mensenspel wel op zijn best, met Spelers die met een volledige vrije wil op de ervaringen van hun Oneindige Ik naar keuze kunnen reageren.

Voor deze vrije wil naar keuze bij de reacties is een zekere mate van zelfbewustzijn nodig. Dit zelfbewustzijn is de persoonlijkheidsconstructie dat we het ego noemen.

Tijdens onze reacties op de angsten die uit oordelen voortkomen, bouwen we laag op laag op dit ego – elke met een eigen onechte identiteit – en de som van deze lagen vormt onze overheersende identiteit, de persoonlijkheidsconstructie die we Ik noemen.

In het filmtheater speelt het ego een belangrijke rol; we zijn ons gaan identificeren met dat ego, zijn gaan denken dat we dat zijn. Als we daarom eenmaal in de cocon het ego laag voor laag gaan vernietigen, dan kunnen we van dat ego tegenwerking verwachten.

Kort gezegd zal het ego voor zijn leven vechten en zal ons doen geloven dat we iets zijn wat we niet zijn – ego – en dat we er niet zonder kunnen leven.

De angst die zich dan aandient gaat over wat we zijn als we geen ego zijn. Met andere woorden, de angst om zonder ego niets te zijn – de angst voor niet-zijn.

Vanaf het begin van de geschiedschrijving tot op heden, hebben alle religies, spirituele filosofieën en geloofssystemen (inclusief recente new age theorieën ) iets gemeen: een oplossing voor deze niet-zijn angst: het idee dat we een onsterfelijke ziel hebben die na onze fysieke dood blijft voortbestaan.

Wat is hiervan waar? Doorstaat dat een test met spirituele autolyse? Is er bewijs, zijn er aanwijzingen dat we meer zijn dan een tijdelijk zelfbewustzijn dat zal verdwijnen als we dood gaan? Is het idee van een ziel en de onsterfelijkheid van die ziel eenvoudig de oplossing? Een oplossing voor die angst voor niet-zijn die leidt naar oordelen, aannames en meningen? Of zou het kunnen zijn dat het onsterfelijk zijn weer een andere egolaag is, die we los moeten laten?

Zelf zie ik me als Speler net zo in een spel als Douglas Hall dat ontdekt in de film The Thirteen Floor. Daarvan kun je met zekerheid zeggen dat zijn ware Ik de dood van zijn lichaam zal overleven. Misschien zal ik dan net als Douglas een ander niveau ontdekken, een ander spel. Maar dat valt nog te bezien; in het hier en nu is er niets dat daarop wijst.

Voor het moment is dat theorie en speculatie, maar kan werkelijkheid worden bij voortgang in je cocon, als je steeds meer egolagen los laat; gegarandeerd dat de angst voor niet-zijn zich dan met volle kracht zal aandienen. Als je doorgaat met je transformatie tot vlinder, zul je de antwoorden op deze vragen zelf gaan beantwoorden.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: