Skip to content
Advertenties

Basisinkomen: haalbaar en betaalbaar

Het  basisinkomen is een onderwerp wat mij zeer aangaat, maar de uitvoering hiervan heeft natuurlijk nog wel wat haken en ogen.  Het verdient een goed plan en de vereniging Basisinkomen heeft hiervoor een goed plan opgesteld.

Opties en varianten voor invoering van het basisinkomen

1. Inleiding

De Vereniging Basisinkomen en haar leden pleiten voor invoering van het basisinkomen.
De argumenten daarvoor zijn talrijk en overtuigend, maar komen in deze nota niet ter sprake. Raadpleeg daarvoor de website van de Vereniging Basisinkomen[0] en diverse boeken en artikelen over dit onderwerp, zoals o.a.:

  • Website Burgerinitiatief Basisinkomen 2018 [1]
  • Pleidooi voor invoering van een basisinkomen in Nederland door Eric Binsbergen [2]
  • Gratis Geld door Rutger Bregman [3]
  • Democratie doe wel – BASISINKOMEN.NL door Michiel van Hasselt [4]
  • Paul Mason, Post Capitalism: A Guide to our Future, zie op Wikepedia [5]
  • Laten we eens ophouden over dat basisinkomen door Ronald Mulder [6]
  • Rubriek Basisinkomen op de website van het NPI (Netwerk Politieke Innovatie) [7]

 

Over de strategie hoe we komen tot invoering van het basisinkomen, wordt heftig gediscussieerd tussen de voorstanders van het basisinkomen.
Deze nota mengt zich niet expliciet in die discussie. Wij zullen niet meer en niet minder doen dan aantonen dat als de wil daartoe er is, het basisinkomen ingevoerd kan worden, met name gelet op de financierbaarheid ervan.
Daartoe zullen een aantal varianten en opties aan de orde komen (zowel voor de hoogte van het basisinkomen als voor de mogelijkheden tot financiering).

2. Basisinkomen, volwaardig en onvoorwaardelijk

Het basisinkomen is een bedrag dat maandelijks wordt uitgekeerd en dat functioneert als een inkomen dat een bestaansminimum garandeert waarmee een waardig maatschappelijk leven mogelijk is, zonder verplichte tegenprestatie of toetsing. Het basisinkomen voldoet aan de volgende uitgangspunten:

individueelrechtUniverseel: elk persoon, ongeacht leeftijd, geslacht, afkomst, woonplaats heeft recht op het basisinkomen.


 

geentoetsIndividueel: het basisinkomen wordt per persoon uitgekeerd ongeacht de samenstelling van het huishouden.


 

geendwang

Onvoorwaardelijk: aan het basisinkomen worden geen voorwaarden verbonden, het basisinkomen is een mensenrecht zonder verplichting tot werk of een tegenprestatie en zonder inkomens- en vermogenstoets.


 

hooggenoeg

Voldoende: het basisinkomen moet een voorziening zijn die voldoende is om een waardige levensstandaard mogelijk te maken die overeenkomt met de sociale en culturele standaard van het desbetreffende land.


 

Deze definitie is conform die van de Vereniging Basisinkomen, UBIE (Unconditional Basic Income Europe) en BIEN (Basic Income Earth Network).[8]

In de rest van deze nota gebruiken we de term basisinkomen zonder het bijvoeglijk naamwoord volwaardig of onvoorwaardelijk.

Bij het voorgaande moeten enkele kanttekeningen gemaakt worden.

De eerste betreft het begrip voldoende.
Er is veel discussie over de vraag hoe hoog het basisinkomen moet zijn om het predicaat voldoende te verdienen. Wij presenteren in deze nota 3 varianten in de hoogte van het basisinkomen, die we respectievelijk aanduiden met de termen beperkt, bescheiden en toereikend.

De tweede kanttekening betreft de term onvoorwaardelijk.
Hierboven wordt dit gepreciseerd tot zonder werkverplichting, verplichte maatschappelijke tegenprestatie en/ of inkomens- en vermogenstoets.
Onvoorwaardelijk in deze precisering is voor ons essentieel willen wij het begrip basisinkomen hanteren.
Beperking tot mensen die het nodig hebben (bijv. door de Basisinkomen Partij) of tot mensen die participeren (bijv. door een aantal prominente CDA-leden) betekent in onze ogen dat er geen sprake is van een basisinkomen, hooguit van een stap in die richting.

Echt volledig onvoorwaardelijk zal echter niet mogelijk zijn. Wij zien twee redenen daarvoor:

  • Het ligt voor de hand kinderen (of eigenlijk hun ouders of verzorgers) een lager basisinkomen te geven dan volwassenen.
    Wij stellen voor kinderen tot 18 jaar een basisinkomen van € 200 te geven. Dat betekent dat o.a. de kinderbijslag kan vervallen.
    Voor jong volwassenen (van 18 – 23 jaar) stellen we een basisinkomen van € 750 voor. (Eventueel kan dit ook geleidelijk stijgen van € 200 bij 17 jaar naar het volledige basis inkomen vanaf 23 jaar). Op deze leeftijd lijkt een prikkel om te studeren of betaald werk te zoeken nuttig.
  • Zolang geen sprake is van een wereldregering, zal een basisinkomen alleen per land of regio kunnen worden ingevoerd. Dat betekent dat overgangsmaatregelen en uitzonderingen nodig zijn bij migratie (zowel immigratie als emigratie), zoals we dat nu ook kennen bij de regelingen rond de sociale zekerheid.We denken aan een uitwerking waarbij iedereen die minimaal 5 jaar legaal in Nederland verblijft een basisinkomen krijgt. Dat betekent dat specifieke regelingen nodig zijn voor hen die nog geen 5 jaar hier verblijven (bijvoorbeeld door degenen die hier werken maar nog geen basisinkomen krijgen, een heffingskorting op de te betalen belasting te geven).Bij vertrek uit Nederland vervalt het recht op een basisinkomen, wellicht ook met overgangstermijnen en specifieke uitzonderingen (zoals nu voor de AOW).Uiteraard kunnen er ook regelingen met andere landen (al dan niet via de EU) getroffen worden om elkaars regelingen voor onderlinge migratie over te nemen, eventueel met correctie voor verschillen in landen voor de daar geldende levensstandaard.Ook voor bepaalde groepen zoals diplomaten en uitgezonden militairen zullen specifieke afspraken nodig zijn.

Het basisinkomen is een basis waarboven mensen ander inkomen kunnen en mogen hebben.
Dat is dan een gegeven waar altijd rekening mee gehouden zal worden.
Zo is te verwachten dat bijvoorbeeld bij het afspreken van loon voor betaald werk, werkgever en werknemer rekening zullen houden met het bestaan van het basisinkomen. Soms zal dat de positie van de ene partij versterken, soms die van de andere partij.
Door invoering van het basisinkomen zal het verschil tussen werknemers en zelfstandigen minder scherp worden dan nu het geval is.
Ook is te verwachten dat discussie ontstaat over de hoogte (of zelfs de zin) van het minimumloon.
Een ander voorbeeld is dat een rechter straks zou kunnen bepalen dat een deel van het basisinkomen gedurende detentie moet worden afgedragen, bijv. als bijdrage in de kosten van levensonderhoud en/of als schadevergoeding aan slachtoffers.

3. Uitgangspunten voor de invoering

Om tot een min of meer uitgewerkt voorstel voor de invoering van het basisinkomen te komen zijn een aantal uitgangspunten nodig.
Een aantal uitgangspunten (3.1 t/m 3.3) lijkt ons zo essentieel dat daar reeds nu een uitspraak over gedaan moet worden.

  • 3.1 Door de invoering zal niemand met inkomsten op of beneden het minimum er op achteruit gaan.
    Een ingrijpende stelselwijziging betekent altijd dat sommigen er direct van zullen profiteren en anderen er (in elk geval in eerste instantie) nadeel van ondervinden.
    Wij kiezen als uitgangspunt dat het minst bedeelde deel van de bevolking er bij de invoering niet op achteruit mag gaan.
    Voor de uitwerking betekent dit dat lagere varianten van een basisinkomen de huidige stelsels van sociale uitkeringen en toeslagen (deels) behouden blijven.

 

  • 3.2 Voor zover additionele middelen nodig zijn, zullen deze bij voorkeur via andere wegen worden verkregen dan door de belasting op betaalde arbeid te verhogen
    Wij vinden het een verstandige optie dat mensen die goed betaald werk verrichten of over andere voldoende hoge bronnen van inkomsten beschikken, hun basisinkomen als het ware zelf betalen.Dat kan door via loonheffing en inkomstenbelasting (tarieven, aftrekken en heffingskortingen) zodanig te corrigeren dat hun netto-inkomsten inclusief een basisinkomen per saldo ongeveer gelijk blijft.Voor mensen die afhankelijk zijn van uitkeringen (sociale zekerheid) zal gelden dat de uitkeringen afgebouwd kunnen worden met een zelfde bedrag als het basisinkomen hoog is.Daarmee verloopt de invoering voor een groot deel budgettair neutraal.Er zijn echter ook mensen die meer basisinkomen zullen ontvangen dan hun huidige inkomsten. De financiering daarvan dient ons inziens bij voorkeur niet gevonden te worden door de belastingen voor werkenden te verhogen. Er zijn voldoende redenen om de belastingdruk op betaalde arbeid niet te verhogen of zelfs te verlagen.

 

  • 3.3. Vereenvoudiging van het huidige stelsel voor sociale zekerheid en belasting moet zoveel mogelijk nagestreefd worden
    Een belangrijk uitgangspunt is het vereenvoudigen van de bestaande regelgeving betreffende de sociale zekerheid en belastingen. Dat is in zichzelf nodig om het leven minder ingewikkeld te maken, maar ook een voorwaarde om te kunnen besparen op de uitvoering van deze regelingen.Op dit moment is naar schatting meer dan € 6 miljard gemoeid met deze uitvoering. Een flinke ontbureaucratisering is ons inziens gewenst.

 

  • 3.4. Invoeren in fasen of in één klap?
    Wij constateren dat er grote verschillen van opvatting zijn over de vraag of het basisinkomen in één keer ingevoerd moet worden, of gefaseerd. Zie bijvoorbeeld een discussie hierover op de NPI-site: Basisinkomen, gefaseerd invoeren of met een big-bang?Dat is uiteraard een belangrijk punt. Als werkgroep doen wij hierover geen uitspraak.

 

  • 3.5. Wie betaalt het basisinkomen uit?
    Ook over de vraag hoe en door wie het basisinkomen wordt uitbetaald, doen wij als werkgroep geen uitspraak. Het is wel een belangrijke vraag die beantwoord moet worden voor de invoering daadwerkelijk start.

Wij maken enkele opmerkingen die een rol kunnen spelen bij de discussie hierover:

  • Totdat de Sociale VerzekeringsBank (SVB) zich vergaloppeerde aan de uitbetaling van de PGB’s, was dit een robuuste instelling die goed en goedkoop eenvoudige regelingen uitvoerde zoals de AOW en de kinderbijslag. Dus op het eerste gezicht zeer geknipt om een simpel geregeld basisinkomen uit te betalen.
  • Nadeel is dat degenen met betaalde arbeid (of hun werkgever via de loonheffing) maandelijks aanzienlijk grotere bedragen aan de belastingdienst zullen moeten afdragen dan nu het geval is (meer geld wordt rondgepompt).
  • Grote maandelijkse geldstromen kunnen vermeden worden als uitvoering plaats vindt door de Belastingdienst, waarbij voor mensen met een belastbaar inkomen de te betalen belasting en het te ontvangen basisinkomen meteen verrekend wordt.
  • Er zijn varianten uitgewerkt waarbij de uitbetaling voor een groot deel bij de werkgevers wordt gelegd, Zie bijvoorbeeld Democratie doe wel – BASISIKOMEN.NL door Michiel van Hasselt.
    Door ProHef wordt naast de BTW de invoering van een HTW (Heffing Toegevoegde Waarde) op productie/omzet voorgesteld, waarbij het bedrijf gecompenseerd wordt met een werkgelegenheidstoeslag. Zie hun website http://www.economieopmensenmaat.nl/
  • Uitbetaling zou ook gespreid kunnen worden, bijvoorbeeld deels landelijk, deels per gemeente. Dan kan per gemeente rekening gehouden worden met regionale verschillen in kostenpatronen.

De keuze voor een bepaalde uitwerking zou wel eens essentieel kunnen zijn voor de invoerbaarheid.

  • 3.6. Basisinkomen belastingvrij
    Over het basisinkomen dient volgens ons geen belasting te worden geheven.Dat kan technisch uitgevoerd worden door het basisinkomen belastingvrij te verklaren.Een ander optie is het basisinkomen in beginsel wel te rekenen tot het belastbaar inkomen en tegelijk een even hoge belastingvrije voet in te voeren.

 

4. Drie varianten voor het basisinkomen.

Concreet stellen wij drie varianten voor van het basisinkomen voor volwassenen:

  • Variant A, een beperkt basisinkomen van € 750 per maand (€ 9.000 per jaar).
  • Variant B, een bescheiden basisinkomen van € 1.100 per maand (€ 13.200 per jaar).
  • Variant C, een toereikend basisinkomen van € 1.400 per maand (€ 16.800 per jaar).

Voor kinderen tot 18 jaar stellen we in alle gevallen het basisinkomen op € 200 per maand en voor jongvolwassenen (18 tot 23 jaar) op € 750 per maand.
In dit hoofdstuk schetsen we de varianten als zodanig. De financierbaarheid komt in het volgende hoofdstuk aan de orde.

De hoogte van het beperkte basisinkomen (variant A, € 750) komt ongeveer overeen met de hoogte van de meeste uitkeringen voor samenwonenden (bijvoorbeeld AOW en bijstand).
Het effect van de invoering van dit beperkte basisinkomen is dat voor samenwonenden de meeste uitkeringen en de daarbij behorende controles en sancties kunnen verdwijnen. Dat betekent ook dat de diverse uitvoeringsapparaten kleiner kunnen worden.
Voor alleenstaanden met een uitkering blijven de huidige regelingen (aanvullende uitkeringen en o.a. huur- en zorgtoeslag en kwijtscheldingen) in stand, dus wellicht ook de armoedeval die als negatieve prikkel werkt om betaald werk te zoeken.
Voor degenen die betaald werk hebben, zullen de belastingtarieven aangepast worden zodanig dat men netto ongeveer hetzelfde krijgt als nu.
We verwachten dat in beperkte mate (voor samenwonenden) de toeslagen zoals voor huur, zorg en kinderopvang, die via de Belastingdienst lopen, weg kunnen vallen of lager kunnen worden.

Een belangrijk kostenverhogend punt ten opzichte van de huidige gang van zaken, is dat mensen die geen eigen inkomsten of uitkering hebben, in variant A wel € 750 per maand krijgen.

Een belangrijk effect is, ook al in variant A, dat voor velen de verplichting om zich ter beschikking te stellen van de arbeidsmarkt verdwijnt.
Een klein deel van de beroepsbevolking zal zich dan volgens verwachtingen van het CPB geheel of gedeeltelijk terug trekken. Daar staat tegenover dat voor hen ook de armoedeval kleiner wordt. Er zullen zich dus ook andere mensen begeven op de markt van betaald werk. Ook zelfstandig ondernemerschap wordt bevorderd (want basisinkomen dekt een deel van het ondernemersrisico). Welk effect overheerst is moeilijk te voorspellen.
Mogelijk zullen de te verwachten experimenten met regelarme bijstand ook inzichten opleveren.

De hoogte van het bescheiden basisinkomen (variant B, € 1.100) komt overeen met de hoogte van de meeste uitkeringen voor alleenstaanden.
Dat betekent dat ook voor hen de uitkeringen (en de bijbehorende rompslomp) kunnen vervallen en dat de armoedeval nagenoeg verdwijnt.
De toeslagen via de Belastingdienst zullen vooral noodzakelijk blijven voor alleenstaanden.

De hoogte van het toereikende basisinkomen (variant C, € 1.400) is zodanig dat waarschijnlijk ook alle toeslagen via de Belastingdienst kunnen verdwijnen. Dit betekent ook dat de uitvoeringsapparaten flink kleiner kunnen worden of veelal zelfs verdwijnen.
Vermoedelijk moeten wel een beperkt aantal uitkeringen rond zorg of ziekte overeind blijven om een kop op het basisinkomen te betalen (bijv. sommige WIA-uitkeringen zijn hoger dan € 1.400).

5. Uitwerking van de financieringsopties

Onderstaand komen wij met een aantal opties voor de financiering van de drie varianten. Het is een soort bouwdoos. Onze keuzes zijn vooral om te laten zien dat de drie varianten financierbaar zijn als de wil daartoe aanwezig is. Ook worden deze keuzes gebruikt om in bijlage 1 te laten zien wat de effecten zijn voor bepaalde huishoudens.

Wij beseffen dat het riskant is om te rekenen aan de effecten op onze samenleving bij een zo grote operatie als de invoering van het basisinkomen. De wijzigingen gaan ver buiten de variaties waarmee in de huidige economische modellen gerekend wordt. Er zullen dus gedragseffecten komen die heel anders kunnen uitpakken dan onze veronderstellingen.
.
Onze berekeningen zijn vrij globaal en niet in alle gevallen beschikten we over adequate informatie. We zijn doorgaans uitgegaan van minimale besparingen. Wij houden ons aanbevolen voor meer adequate informatie en zijn bereid op basis daarvan de tabel te herzien.
Met de relativering dat de cijfers voorzichtig gehanteerd moeten worden, presenteren we opties voor de financiering van de drie varianten.

Voor de berekeningen gaan we uit van een opbouw van de Nederlandse bevolking volgens tabel 1.

haalbaar-tabel1

tabel 1

Toelichting begrippen:
Kinderen: tot 18 jaar
Jongvolwassenen: vanaf 18 tot 23 jaar
Volwassenen: vanaf 23 jaar tot de AOW-gerechtigde leeftijd
Ouderen: vanaf de AOW-gerechtigde leeftijd.
De groep onbetaald betreft mensen (tussen 18 en de AOW-leeftijd) die geen betaald werk verrichten en geen uitkering ontvangen. (Soms worden deze als nuggers aangeduid.)

In tabel 2 worden eerst de bruto-kosten van het basisinkomen berekend voor de drie varianten.
Daaronder worden opties voor de financiering opgesomd. Deze opties worden vervolgens toegelicht.

haalbaar-tabel2

tabel 2

Vervallen kinderbijslag en kind gebonden budget

Door de invoering van een basisinkomen van € 200 voor kinderen kunnen de huidige kinderbijslag (voor iedereen) en het kind-gebonden budget (voor bepaalde lage inkomens) vervallen.
Met het verdwijnen van het kind-gebonden budget wordt voor die lage inkomens ook de armoedeval verkleind.

Verlaging van de uitkeringen

In alle varianten worden de netto-uitkeringen verminderd met het bedrag van het basisinkomen (of ze vervallen als het basisinkomen hoger is dan de huidige uitkering).

Aanpassing BTW tarieven, gedeeltelijke compensatie

Ruim € 20 miljard kan gevonden worden door over alle producten en diensten een uniform tarief van 25 % BTW te heffen. Landen als Denemarken en Zweden kennen al een 25 % BTW regiem. Het gewone BTW tarief is nu 21 % ( op 1 oktober 2012 is dit tarief van 19 naar 21 % gegaan en dit is in 2013 deels gecompenseerd door een lagere loon- en inkomensbelasting). Verhoging van het gewone BTW tarief met 1 % levert € 2 miljard op. Verhoging van het lage BTW tarief met 1 % levert € 0,65 miljard op. Samen 8 + 12,35 miljard = € 20,35 miljard (Bron: Berendsen redacteur Financieel Dagblad 18 juni 2015.[10])
Verhoging van de BTW wordt volgens het CPB (Schatting effect BTW verhoging op inflatie[11]) volledig verhaald bij de consumenten en leidt dus tot een lagere koopkracht. Dit soort effecten moeten worden meegenomen. De koopkracht daalt met zo’n 10 %. De BTW verhoging in 2012 leidde tot 1,7 % stijging van de prijzen. Verhoging naar 25 % BTW zou tot circa 10 % prijsstijging leidden. Voor de ‘minima’ ongeveer € 100 maand per persoon.
Om deze reden is in tabel 2 een bedrag van € 6 miljard opgenomen ter compensatie van degenen met de minste inkomsten.

In de tabel is meer naar onderen ook een pm-post (pro memori) opgenomen voor verdere BTW-verhogingen.
Dat kan een zinvolle optie zijn, zeker als dit gepaard kan gaan met het verlagen de arbeidskostencomponent in de productie van goederen en de levering diensten.
Op dit punt zal afstemming binnen de EU nodig zijn – dat is reden om niet meteen hoge bedragen daarvoor in te boeken!

NB.
Voor de pm-posten (pr memori) is afgezien van het maken van een inschatting van de opbrengsten

Aanpassing belastingschijven

Het is in principe mogelijk het basisinkomen zo in te voeren dat er voor mensen met belastbaar inkomen een compensatieheffing komt zodanig dat er voor hen de facto niets verandert. Voordeel is dat dat bij de invoering voor een groot deel van de bevolking weinig gedoe oplevert, nadeel is dat het belastingstelsel er gecompliceerder van wordt.

In onze tabel opteren wij voor aanpassing van de belastingschijven, met een na te streven opbrengst
van circa € 30 miljard in de varianten A en B en € 35 miljard in variant C.

Vereenvoudiging van het belastingstelsel zal vooral gezocht moeten worden in het afschaffen van kortingen, aftrekposten en toeslagen. Die komen iets verder in deze nota aan de orde.
Wij stellen nu als optie een stelsel voor waarin de huidige 4 schijven vervangen worden door drie schijven:

  • 25 % belasting voor de eerste € 6.000 inkomsten boven het basisinkomen, om kleine baantjes en laagbetaald werk aantrekkelijk te maken
  • 49 % belasting voor inkomens daarboven tot aan de grens voor het toptarief
  • 60 % belasting voor inkomens boven de grens voor het toptarief. In de varianten A en B ligt die grens bij € 60.000 boven het basisinkomen, bij variant C bij € 50.000.
    Er is geen verschil in deze optie tussen variant A en B, omdat er verder in de tekst wel extra belasting geheven wordt bij variant B wegens het vervallen van kortingen en aftrekposten.

 

Besparing toeslagen

Een aantal toeslagen (huurtoeslag, zorgtoeslag, kinderopvangtoeslag) zullen, afhankelijk van de variant van het basisinkomen, verlaagd of afgeschaft kunnen worden.
In 2015 ontvangen meer dan een miljoen huurders van de Belastingdienst in totaal € 3,3 miljard aan huurtoeslag ( De Kam, bladzijde 163). Vier miljoen huishoudens (ruim 5 miljoen verzekerde volwassenen) ontvangen zorgtoeslag. Dat kost de overheid € 4 miljard (De Kam, bladzijde 164).
De Kinderopvangtoeslag is een inkomensafhankelijke tegemoetkoming voor meer dan 400.000 ouders die gebruiken maken van kinderopvang. Dit kost € 2,4 miljard (De Kam, bladzijde 165).
Totaal aan toeslagen is dit € 9,7 miljard. De besparing per variant is een inschatting.

Besparing uitvoeringskosten

Bij een toereikend basisinkomen van € 1.400 per maand kan bijna de hele sociale uitkeringsfabriek worden afgeschaft. Alleen een klein deel van specifieke, vooral zorg gerelateerde uitkeringen blijven. Dat kan maximaal € 6,5 miljard schelen, aldus Rutger Bregman.
Wij rekenen voor variant C met een iets lager bedrag en uiteraard met nog lagere bedragen voor de andere varianten.

Vermindering / afschaffing van de arbeidskorting

Betaald werk wordt nu verricht door 7,5 miljoen Nederlanders, maar niet iedereen heeft recht op arbeidskorting. De arbeidskorting was een uniform bedrag, maar dat is met ingang van 2016 gewijzigd. Bij een inkomen van € 20.000 is dat € 259 per maand, bij € 30.000 is dat € 239 per maand, bij € 60.000 € 172 per maand, bij € 80.000 € 105 per maand, bij € 90.000 € 72 per maand, bij 100.000 € 39 per maand en bij € 110.000 € 5 per maand, daarboven niets meer.
Een berekening via het rekenmodel van Basisinkomen 2018 wijst op een besparing van € 15,5 miljard.
In de tabel is voorzichtig een iets lager bedrag van € 14,4 miljard opgenomen voor de varianten B en C, en een veel lager bedrag in variant A waar een deel van de korting behouden blijft.

Opmerking:
Het heeft onze voorkeur deze besparing voor variant A te vervangen door een andere besparing van circa € 10 miljard te vinden, liefst buiten de sfeer van de andere kortingen en de aftrekposten die in onze voorbeelden eigenlijk pas in de varianten B en C aan de orde komen.
Deze vermindering werkt o.a. ook door bij AOW-uitkeringen met een kleine verlaging van de inkomsten als gevolg. Zie bijvoorbeeld pensionado Mieremet in bijlage 1.
Dit is in strijd met het onder 3.1. genoemde uitgangspunt.

Algemene heffingskorting

De jaarlijkse algemene heffingskorting vervalt in de varianten B en C. Deze heffingskorting geldt voor iedereen die nu inkomstenbelastingplichtig is (bijna iedereen). Het ging in 2015 om € 184 per maand (bron Flip de Kam, Land van Beloften juli 2015, bladzijde 314) en om € 92 per maand voor AOW’ers.
12 maal € 184 maal 13 miljoen = 28,7 miljard min 3,3 miljard = € 25,4 miljard.
In een recente berekening van de Jonge Democraten (zie http://www.moedigvoorwaarts.nu/) wordt een besparing van € 26 miljard opgevoerd voor het afschaffen van deze korting!

Per ingang van 2016 is de algemene heffingskorting verder verlaagd. Bij een inkomen van € 20.000 bedraagt deze € 185,50 per maand, bij 30.000 € 145.5, bij 40.000 € 105,50, bij 50.000 € 66 €, bij € 60.000 € 26 en daarboven niets.
Voor de minst verdienende partner (bij stellen dus), is de algemene heffingskorting voor degenen die voor 1963 geboren zijn € 186 per maand en na 1963 geboren € 87 per maand. We hebben gerekend met € 120 gemiddeld en komen daarmee op € 13,0 miljard.
Uit berekeningen via het model van Basisinkomen 2018 volgt een iets lager bedrag € 11,0 miljard.
Overige heffingskortingen afschaffen

De overige heffingskortingen (bijv. werkbonus, combinatiekorting) kunnen vervallen. Opbrengst € 4 miljard in de varianten B en C.

Afschaffing hypotheekrenteaftrek

Dit is een belastinguitgave van € 10 miljard volgens De Kam (blz 59). Bij het bescheiden en het toereikende basisinkomen kan dit geheel vervallen.
Recente CBS-cijfers laten zien dat het zelfs € 14,1 miljard op kan leveren.

Zelfstandigen aftrek

Afschaffing van de zelfstandigen aftrek in de varianten B en C (circa € 2 miljard, bron Rekenkamer rapport over belastinguitgaven) is gerechtvaardigd, immers ZZP’ers / kleine zelfstandigen (aantal 800.000 en volgens sommigen al 1 miljoen) krijgen in deze varianten ook € 1.100 of € 1.400 per maand. Wij rekenen € 2 miljard besparing.

Lijfrente aftrek

Pensioensparen en lijfrentes kunnen bij hogere inkomens nu voor 52% belastingaftrek zorgen. De daarmee opgebouwde vermogens worden pas belast als mensen AOW’er zijn geworden tegen dan gemiddeld 35%. Wegvallen van aftrek levert 15 % belastinginkomsten op, dit is in totaal € 13 miljard (De Kam, blz 65). Voor het vervallen van deze constructie rekenen we € 4 miljard in de varianten B en C.

Verhoging milieuheffingen

Hier stellen wij in de varianten A en B een verdubbeling van de huidige € 10 miljard opbrengst voor.
Milieubelastingen bedroegen in 2013 € 10,1 miljard (€ 4,7 miljard voor milieuheffingen, € 3,6 miljard voor de Motorrijtuigenbelasting en € 1,8 miljard voor de BPM heffing op voertuigen).
In variant C stellen we € 25 miljard voor.
Eventueel kan dit ook in de vorm van ‘Belasting op Onttrokken Waarde’, zie verder in deze toelichting.

Werkgeversbijdrage

De werkgeverslasten voor WW bedragen 1,7 % van de loonsom en ook nog eens 1 tot 20 % van het sectorfonds ( hoog voor bouwvakkers, laag voor witte boordwerkers) . Laten we aannemen dat dit gemiddeld 3,3 % is. Tezamen 5 %. De loonsom van alle werknemers samen is ongeveer €250 miljard per jaar. Derhalve € 12,5 miljard per jaar voor alle werkgevers tezamen.
Stel de gemiddelde WW uitkering bedraagt € 2.000. Laten we stellen dat bij een beperkt basisinkomen de werkgeverslasten met een kwart omlaag kunnen. Bij een bescheiden basisinkomen van € 1.100 zou de WW helemaal afgeschaft kunnen worden en kunnen mensen die een inkomens terugval naar € 1.100 te veel vinden, een particuliere WW verzekering aanschaffen. In Zwitserland bestaan al particuliere WW verzekeringen.
Werkgevers betalen ook bijna 6 % van het loon aan WAO/WIA premies. Dat is € 15 miljard per jaar. Laten we de gemiddelde WAO/WIA uitkering eveneens op € 2.000 zetten. Dan besparen werkgevers bij een beperkt basisinkomen € 500 en bij een bescheiden basisinkomen € 1.100.
Bij een beperkt basisinkomen van € 750 besparen de werkgevers € 3 + 4 miljard = € 7 miljard.
We rekenen in de tabel met een compensatie door de werkgevers van € 6 miljard.
Bij een bescheiden basisinkomen van € 1.100 wordt de compensatie door de werkgevers € 6 + 7 miljard = € 13 miljard.
Voor het toereikende basisinkomen (variant C) stellen we dit op € 20 miljard.

Hoge vermogens en grootbedrijf

Steeds duidelijker wordt dat hoge vermogens en het grootbedrijf zich op allerlei manieren aan het betalen van belasting weten te onttrekken. Maar ook wordt duidelijk dat hier maatregelen tegenover gesteld gaan worden. Wij ramen hiervoor bescheiden inkomsten in de varianten A en B en iets royaler (maar niet overdreven!) in variant C.

Belasting op Onttrokken Waarde (BOW)

Door enkele van de geraadpleegde deskundigen is invoering van een nieuwe belasting grondslag bepleit (onttrokken waarde), zowel vanuit de optiek van beter beheer van het milieu als ter vervanging van belasting op arbeid.
Dit idee vraagt zeker om uitwerking, maar we lopen er nu nog niet op vooruit wat dit kan opleveren.

Tobintax, belasting op transacties

Bij het zoeken naar andere belastinggrondslagen wordt vaak de Tobintax en/of een belasting op financiële transacties genoemd.
Net als het vorige punt interessant, maar te vroeg om rekening mee te houden.

Inverdieneffecten zorg en veiligheid

Een belangrijke reden voor gezondheidsklachten is gelegen in de voortdurende zorg om financieel te kunnen overleven, vooral bij de minima.
Een basisinkomen zou deze zorgen flink kunnen verminderen en dat kan een flinke besparing op de kosten van de gezondheidzorg betekenen.
Overigens kan los hiervan ook bespaard worden op de toenemende bureaucratie in – en rond de zorg!
Evenzo is de veiligheid gediend met het verschaffen van bestaanszekerheid via een basisinkomen, zodat de behoefte aan criminaliteit om dagelijks te kunnen overleven, afneemt.
Voor de zekerheid hebben wij de opbrengsten in beide gevallen pm gezet.

Nog te vinden kleine besparingen

Kleine bedragen zijn opgevoerd om het saldo in de tabel op nul of positief te krijgen.
Deze bedragen zitten ruimschoots binnen de onzekerheidsmarge van veel eerder opgevoerde bedragen, dus geen reden om deze posten nu onmiddellijk in te vullen.
Suggesties: afschaffen restanten studiefinanciering, belasting op cannabis nadat de productie ervan is gelegaliseerd, afschaffen diverse subsidies, verhoging successierecht.

6. Slotwoord

Met de uitwerking in het vorige hoofdstuk laten we zien dat een basisinkomen haalbaar en betaalbaar is, zowel in een beperkte, een bescheiden als in een toereikende variant.
Uiteraard is nader onderzoek en verfijning mogelijk, maar wij denken niet dat bovenstaande conclusie verandert.

In Bijlage 1 wordt zichtbaar gemaakt wat ongeveer het effect is van onze varianten en opties op mensen in verschillende omstandigheden.

De werkgroep heeft drie varianten bedacht om de discussie over zowel een wat hoger als een wat lager basisinkomen te faciliteren.
Ons inziens voldoet variant C (€ 1.400 per maand) aan het criterium voldoende en mag daarmee als basisinkomen worden aangeduid. Duidelijk is dat er flink wat moet veranderen in Nederland om de financiering mogelijk te maken.
Over de vraag of de bescheiden variant B (€ 1.100 per maand) aan het criterium voldoende voldoet, is discussie mogelijk. Deze variant is wel financierbaar met (in elk geval op het eerste gezicht) minder ingrijpende maatschappelijke veranderingen.
De beperkte variant A (€ 750 per maand) verdient de aanduiding basisinkomen eigenlijk niet. Dit kan hooguit als aanloop gezien worden wanneer de invoering gefaseerd plaats zou vinden. Bij deze variant komt vereenvoudiging van het belastingstelsel en de sociale voorzieningen ook nog onvoldoende aan bod.
De werkgroep vindt dat met name variant B een goed uitgangspunt is om de discussie over de invoering van het basisinkomen te starten.

Recent zijn er door anderen voorstellen gedaan die lijken op variant A met een specifieke uitbreiding.
Zo wordt in het eerder genoemde boek van Michiel van Hasselt[4] aan het eind voorgesteld nu snel met een basisinkomen van € 800 per maand te beginnen aangevuld met € 300 voor alleenstaanden.
De Jonge Democraten stellen een individueel basisinkomen van € 600 per maand voor, met een toeslag van € 600 per huishouden.[9]
Beide voorstellen leveren geen (voldoende) basisinkomen in strikte zin op, maar zijn wel interessant om de politieke en de maatschappelijke discussie op gang te brengen.

Bijlage 1. Effecten van de gefaseerde invoering voor specifieke huishoudens.

Introductie

De invoering van het basisinkomen zal voor de verschillende soorten huishoudens in Nederland heel verschillend kunnen uitwerken. Om de beeldvorming daarover te bevorderen worden hieronder voor een aantal specifieke gevallen de consequenties op het inkomen beschreven, bij invoering van een basisinkomen in verschillende varianten.
De keuze van de specifieke gevallen is deels ingegeven door hoofdstuk 2 uit het boek “Het land van Beloften” door Flip de Kam waarin hij een aantal verschillende bewoners van de Langegracht in Leiden beschrijft.
Aan de hand van de gegevens uit het boek is voor een deel van de beschreven huishoudens het bruto inkomen geschat. Verder hebben we een tweetal nieuwe huishoudens geïntroduceerd waarbij de kostwinner respectievelijk 2- en 3-keer modaal verdiend en die ook in het bezit van een eigen huis zijn. Zodoende kunnen we ook een indruk krijgen van de effecten van het afschaffen van de hypotheekrenteaftrek.
Op grond van de geldende heffingskortingen (tarieven 2016) en de geldende belastingregels is berekend wat het netto maandinkomen wordt in de verschillende varianten van het basisinkomen.

Een detail-opmerking betreffende de BTW-aanpassingen. In de voorgestelde opties is verhoging van de BTW opgenomen, die deels gecompenseerd wordt via een gereserveerd bedrag. Dit is niet nader uitgewerkt. In onderstaande rekenvoorbeelden is noch de verhoging, noch de compensatie verwerkt.

Graag maken we een voorbehoud ten aanzien van de juistheid van de berekeningen. Deze moeten alleen als indicatief gelezen worden en zijn geenszins bedoeld als exacte weergave. Daarvoor heeft het ontbroken aan specifieke gegevens voor de looninhoudingen in de verschillende situaties voor bijvoorbeeld pensioen etc. Tevens is geen rekening gehouden met de effecten van de Zorgverzekeringswet.
Het stelt ons als werkgroep gerust dat in vrijwel alle gevallen geen sprake is van achteruitgang in inkomen bij alle varianten. In een aantal gevallen is de vooruitgang vrij groot – nog uitgezocht moet worden of dit klopt dan wel dat onze rekenmethodiek aanpassing behoeft.
In tabel B1 (bijna achteraan in deze bijlage) zijn de verkregen resultaten samengevat voor de verschillende typen huishoudens. Daarna worden alle onderscheiden typen huishoudens apart besproken.

Bespreking verschillende soorten huishoudens

Alleenstaande met AOW

Op de Langegracht nummer 213 woont ‘Oma’ Devilee. Ze is 84 jaar oud en woont alleen. Ze heeft geen aanvullend pensioen. Aan AOW krijgt ze per maand € 1.038 en ze heeft een zorgtoeslag van € 83. Daarmee heeft ze nu een huishoudinkomen van € 1.121.

In variant A krijgt ze daarvan € 750. Omdat ze een AOW uitkering heeft wordt deze bruto gekort met € 750. Van de bruto uitkering van dan € 288 houdt ze netto onder de nieuwe belastingregels nog € 288 over omdat ze nog recht heeft op een algemene heffingskorting. Verder houden we de zorgtoeslag nog in stand en krijgt ze daarvoor nog € 83. Ze heeft daardoor nu een huishoudinkomen van € 1.121.

In variant B vervalt de heffingskorting maar krijgt ze een hoger basisinkomen van € 1.100. Vanwege het hogere basisinkomen vervalt de AOW. Samen met de zorgtoeslag die ze nog houdt komt ze dan op een huishoudinkomen van € 1.183.

In variant C is het basisinkomen € 1.400. De zorgtoeslag vervalt en ze heeft nu een huishoudinkomen van € 1.400.

WIA uitkeringsgerechtigde gehuwd met niet uitkeringsgerechtigde

Op de Langegracht nummer 215 wonen Frans Erades (53 jr) en zijn vrouw Els (50 jr). Frans heeft een WIA uitkering van bruto € 2.315 in verband met zijn blijvende arbeidsongeschiktheid. Zijn vrouw werkt niet. Samen leven ze van Frans zijn uitkering. Ook hebben ze nog recht op een zorgtoeslag van € 68.
Netto houdt Frans van zijn uitkering ca € 1.600 over. Het huishoudinkomen komt daarmee op € 1.668

In variant A krijgen Frans en Els beiden € 750. Frans zijn bruto uitkering wordt gekort met € 750. Van de bruto uitkering van dan € 1.565 houdt Frans netto onder de nieuwe belastingregels nog € 1.178 over omdat er nog recht is op de algemene heffingskorting. Verder houden ze de zorgtoeslag en krijgen ze daarvoor nog € 68. Ze hebben nu een huishoudinkomen van € 2.746.

In variant B vervalt de heffingskorting maar krijgen ze beiden een hoger basisinkomen van € 1.100. Vanwege het hogere basisinkomen wordt de bruto WIA uitkering nogmaals gekort met € 350 en blijft er € 1.215 van over. Netto is dat € 730. Samen met de zorgtoeslag die ze nog houdt komen ze dan op een huishoudinkomen van € 2.998.

In variant C is het basisinkomen voor beiden € 1.400. De bruto WIA uitkering wordt nog een keer gekort maar nu met maar € 300. Netto houdt Frans er € 577 van over. De zorgtoeslag vervalt en er is nu een huishoudinkomen van € 3.377 beschikbaar.

WW uitkeringsgerechtigde gehuwd met parttime Lerares Basisonderwijs

Naast Frans en Els wonen Jan Filippo (46 jr) en zijn vrouw Marijke (47 jr). Frans heeft jarenlang gewerkt als vertegenwoordiger van een betonfabriek maar is onlangs ontslagen en heeft nu een WW-uitkering van bruto € 3.040 die nog 10 maanden duurt. Netto levert dat een inkomen van € 2.000 op. Zijn vrouw werkt parttime als lerares in het basisonderwijs en verdient bruto € 1.518. Netto is dat altijd nog € 1.350. Het huishoudinkomen komt daarmee op € 3.350.

In variant A krijgen Jan en Marijke beide € 750. Jan zijn bruto uitkering wordt gekort met € 750. Van de bruto uitkering van dan € 2.290 houdt Jan netto onder de nieuwe belastingregels nog € 1.512 over omdat er nog recht is op de algemene heffingskorting. Het bruto loon van Marijke levert met de belastingregels, de algemene heffingskorting en ook nog arbeidskorting nu een nettobedrag van € 1.153. Ze hebben nu een huishoudinkomen van € 4.165.

In variant B vervalt de heffingskorting maar krijgen ze beiden een hoger basisinkomen van € 1.100. Vanwege het hogere basisinkomen wordt de bruto WW-uitkering nogmaals gekort met € 350 en blijft er € 1.940 van over. Netto is dat nu € 1.100. Het bruto loon van Marijke levert met de belastingregels en zonder algemene heffingskorting nu een nettobedrag van € 885. Tezamen komen ze dan op een huishoudinkomen van € 4.185.

In variant C is het basisinkomen voor beiden € 1.400. De bruto WW-uitkering wordt nog een keer gekort maar nu met maar € 300. Netto houdt Jan er € 947 van over. Bij Marijke blijft het netto loon gelijk op € 885. Er is nu een huishoudinkomen van € 4.632 beschikbaar.

Pensionado gehuwd met niet uitkeringsgerechtigde

Op de Langegracht 221 wonen Karel Mieremet (71 jr) en zijn tweede vrouw Maria (62 jr). Karel heeft 40 jaar lang bij de gemeente gewerkt en heeft nu een riant pensioen van bruto € 4.200. Netto levert dat een inkomen van € 2.841. Daarnaast heeft hij natuurlijk een AOW uitkering (bruto € 783) maar, omdat zijn vrouw niet werkt en nog geen AOW krijgt heeft hij recht op een partnertoeslag van netto € 567. Het huishoudinkomen komt daarmee op € 4.148.

In varinat A krijgen Karel en Maria beide € 750. Karel zijn bruto AOW uitkering wordt gekort met € 750. Van de bruto AOW uitkering van dan € 33 houdt Karel netto onder de nieuwe belastingregels nog € 33 over omdat er nog recht is op de algemene heffingskorting. Ook de partnertoeslag wordt gekort met € 750. Er blijft niets over. Het bruto pensioen van Karel levert met de belastingregels nu een nettobedrag op van € 2.294. Ze hebben nu een gezamenlijk huishoudinkomen van € 3.827.

In variant B vervalt de heffingskorting maar krijgen ze beiden een basisinkomen van € 1.100. Vanwege het hogere basisinkomen vervalt het restant van de AOW en de partnertoeslag. Er wordt nog een gedeelte gekort op het pensioen van Karel dat nu bruto uitkomt op € 3.883. Netto is dat nu € 2.091. Zo komen ze dan op een huishoudinkomen van € 4.291.

In variant C is het basisinkomen voor beiden € 1.400. De bruto pensioenuitkering wordt nog een keer gekort maar nu met maar € 300. Netto houdt Karel er € 1.938 van over. Er is nu een huishoudinkomen van € 4.738 beschikbaar.

Alleenstaande moeder zonder werk met twee kinderen

Op de Langegracht 200 woont Ellie Vermond met haar twee kleine kinderen. Ellie is onlangs gescheiden van haar echtgenote. Ze krijgt van de gemeentelijke sociale dienst een bijstandsuitkering van bruto € 1.144. Netto levert dat een inkomen op van € 913. Daarnaast heeft zij ondersteuning van de gemeente. Ze krijgt een huurtoeslag van € 150. Verder krijgt ze gemiddeld per maand € 155 kinderbijslag en wordt door de belastingdienst het kindgebonden budget uitbetaald € 406. Tenslotte heeft ze recht op een zorgtoeslag van € 78. Haar huishoudinkomen komt daarmee op € 1.702.

In variant A krijgt Ellie een basisinkomen van € 750 plus 2 maal een bedrag van € 200 voor haar kinderen. De bijstandsuitkering wordt gekort met € 750. Van de bruto uitkering van dan € 394 houdt Ellie netto onder de nieuwe belastingregels nog € 394 over omdat er nog recht is op de algemene heffingskorting. Verder behoudt ze nog de huurtoeslag en de zorgtoeslag.
Ze heeft nu een huishoudinkomen van € 1.772.

In variant B vervalt de heffingskorting maar krijgt ze een hoger basisinkomen van € 1.100 plus € 400 voor de kinderen. Er wordt € 1.100 gekort op haar uitkering die nu bruto uitkomt op € 44. Netto is dat nu € 33. Zo komt ze dan op een huishoudinkomen van € 1.761.

In variant C is het basisinkomen € 1.400 plus een toeslag van 400. De bijstandsuitkering vervalt en alle toeslagen vervallen. Er is nu een huishoudinkomen van € 1.800 beschikbaar.

Consultant ( 2* Modaal ) met niet werkende echtgenote

Aan de andere kant van de Langegracht woont Hans de Zwart(56) met zijn vrouw Karin van Dijk (54). Hun 2 kinderen zijn het huis al uit. Zijn vrouw werkte tot de kinderen zijn geboren maar is daarna niet meer teruggegaan naar de arbeidsmarkt. Hans is consultant in de ICT en heeft een inkomen van bruto 2 maal modaal – € 5.555. Ze bezitten een eigen huis met een WOZ waarde van € 390.000 waarop een hypotheek is gevestigd van € 350.000 tegen een rente van 4,5%. Hij ontvangt ook vakantiegeld maar geen dertiende maand. Netto levert dat, rekening houdend met de hypotheekaftrek en Eigen Woning (EW) Forfait, een inkomen op van € 3.983. Dit is ook het huishoudinkomen.

In variant A krijgen Hans en Karin ieder een basisinkomen van € 750. Er is geen korting op het inkomen van Hans. Van het bruto loon houdt Hans netto onder de nieuwe belastingregels nog € 3.308 over omdat er nog recht is op de algemene heffingskorting en de hypotheekrenteaftrek. Ze hebben nu een huishoudinkomen van € 4.808.

In variant B vervalt de heffingskorting en de hypotheekrenteaftrek maar krijgen ze ieder een hoger basisinkomen van € 1.100. Wederom wordt er niet gekort op het bruto loon van Hans. Netto is dat nu € 2.808. Zo komen ze dan op een huishoudinkomen van € 5.008.

In variant C is het basisinkomen € 1.400 per persoon. Netto houdt Hans nog steeds € 2.808 van zijn brutoloon over. Er is nu een huishoudinkomen van € 5.608 beschikbaar.

Consultant ( 3* Modaal ) met niet werkende echtgenote

Tegenover Hans de Zwart en zijn vrouw wonen Pieter de Boer (59) en Stientje de Wit (52) . Hun 2 kinderen zijn ook het huis al uit. Ook zijn vrouw werkte tot de kinderen zijn geboren maar is daarna niet meer teruggegaan naar de arbeidsmarkt. Ze was niet meer te porren om aan het werk te gaan. Ze doet veel vrijwilligerswerk. Pieter is net als zijn buurman consultant maar meer gericht op het management en heeft een inkomen van bruto 3 maal modaal – € 8.333. Ook hij ontvangt vakantiegeld maar geen dertiende maand. Ze bezitten een eigen huis met een WOZ waarde van € 540.000 waarop een hypotheek is gevestigd van € 450.000 tegen een rente van 5%. Netto levert dat normaliter een inkomen van € 5.424. Dit is ook het huishoudinkomen.

In variant A krijgen Pieter en Stientje ieder een basisinkomen van € 750. Er is geen korting op het inkomen van Pieter. Van het bruto loon houdt Pieter netto onder de nieuwe belastingregels nog € 4.638 over omdat er nog recht is op de algemene heffingskorting en op hypotheekrente aftrek. Ze hebben nu een huishoudinkomen van € 6.138.

In variant B vervalt de heffingskorting en de hypotheekrente aftrek maar krijgen ze ieder een hoger basisinkomen van € 1.100. Wederom wordt er niet gekort op het bruto loon van Pieter. Netto is dat nu € 3.919. Zo komen ze dan op een huishoudinkomen van € 6.119.

In variant C is het basisinkomen € 1.400 per persoon. Netto houdt Hans nog steeds € 3.919 van zijn brutoloon over. Er is nu een huishoudinkomen van € 6.719 beschikbaar.
In variant C ontvangt dit stel dus 1295,= meer dan in de huidige situatie. Maar zij hebben nu niet meer het hypotheek voordeel. Daarnaast betalen zij nu zelf hun ww verzekering en meer BTW over hun uitgaven.

 

Tabel B1: Vergelijking gevolgen alle varianten voor verschillende soorten huishouden, zie haalbaar-tabel-B1


 

Productie: Vereniging Basisinkomen
werkgroep haalbaar&betaalbaar
Leden: Eric Binsbergen, Reyer Brons, Marten Kramer, Alexander de Roo en Petra Vlutters.
Bij een deel van de bijeenkomsten is Johan Luijendijk (Basisinkomen2018) actief betrokken geweest.
Deze nota is tot stand gekomen dankzij kritisch commentaar van ruim tien externe deskundigen.

Bron: Basisinkomen: haalbaar en betaalbaar – Vereniging Basisinkomen

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: